Van mijn achtste loop ik al rond met een bril. Eerst had ik een van Mickey Mouse, een lichtblauwe. Ik kan me nog herinneren hoe erg ik dat vond, een bril. Ik heb er voor gehuild en gevloekt maar dragen moest ik toch. De letters waren te wazig.
In het zesde leerjaar verander ik van bril en worden mijn glazen zelfs een beetje lichter. Ik weet nog goed hoe hij eruit zag, ik heb hem zelf nog. Een blauwe beetje Harry Potter model.
In het derde middelbaar is die bril dan weer aan verandering toe. Het wordt voor de derde keer op rij een blauwe. Deze keer een “secretaresse”- brilletje van D&G. Nog steeds hip trouwens. Dat was dan ook ongetwijfeld de duurste bril uit mijn hele carrière. En dan heb ik het over de glazen niet de bril want dat kost niet echt veel. De glazen links en rechts resepctievelijk; -3,50 en -3,25, ontspiegeld, krasvrij en verdund.
De zomer tussen het vijfde en zesde middelbaar luidde een nieuw tijdperk in, de lenzen. Mijn vreugde was enorm groot. Eindelijk weg van die bril. Ik was ervan overtuigd dat ik er niet mee stond, dat het me lelijk maakte, dat het in de weg zat, dat het gewoon een vervelend onding was. Ik haatte die gvdse bril. Die lenzen waren een deur naar een brilloos leven -mits enig geklungel.
Nu, na drie jaar lenzen dragen kijk ik er anders op terug – wel nog steeds met dezelfde bri .Die bril is eerder een accesoire geworden dat ik af en toe eens uithaal. Zeker en vast in de hogeschool waar niemand me met bril kent, leidt dit tot grappige momenten of commentaren: “Ge ziet er zo wel slimmer uit.” merkte Merlijn op , “Wow, gij hebt nen bril?” zei Beren verbaasd, “Da’s wel sexy” zeiden er meerdere.
Dus een bril is wel leuk maar voor geen geld in de wereld laat ik die lenzen vallen. Ik denk zelfs nog steeds dat met bril Jonas mij nooit zou zien staan hebben. Maar dat zit tussen mijn oren natuurlijk. Beer vindt die bril ook sexy.






